De lange Alkmaarse grachtenroute.

Deze route voert langs de mooiste plekjes in Alkmaar. Je ziet in zo’n 2 uur de oude binnenstad met de Waag en kaasmarkt, de mooie groene defensiewerken, maar ook een paar kenmerkende Alkmaarse wijken zoals het ‘Rode Dorp’, de Schelphoek en het Emmakwartier.

Startpunt: Wij starten de vaarroute het liefst bij Kowalski voor de deur, aan het Luttik Oudorp, maar je kunt eigenlijk overal starten.

Duur: Je bent in ieder geval snel een uur of twee onderweg, maar je kunt ‘m ook inkorten door bij de Molen van Piet meteen verder te varen naar het Bolwerk.

Vaarkaart: Als je een beetje handig bent dan kun je de kaart hieronder zo openen in Google Maps op je mobiel. Klik op het meest rechtse icoontje en Google Maps open de kaart voor je. Verder hoef je alleen de nummertjes te volgen en, als je wilt, de tekstjes op deze pagina te lezen. Makkelijker kan niet!

Let op:

Houd rekening met de lage bruggetjes in Alkmaar. De laagste, de Turfmarktbrug, noemen we hier niet voor niets ‘de Kaasschaaf’. Probeer zoveel mogelijk rechts te houden en weet dat de grote rondvaartboot deels ongeveer dezelfde route volgt, kortom volg je de nummertjes dan vaart de rondvaartboot in dezelfde richting met je mee. De maximumsnelheid in de hele stad is 6 km/h, dus stapvoets. Op het Noordhollandsch kanaal mag je 9 km/h. We hebben de gevaren ook aangegeven op de kaart hieronder. Veel plezier!

1. Startpunt van de vaarroute

We starten de vaarroute op het Luttik Oudorp, bij het eettentje Kowalski voor de deur. Koffie en lunch op? Aan boord dan en vaar dan richting de Waag.

2. Het huis met de kogel

Het huis met de kogel is een van de twee overgebleven houten huizen in Alkmaar, men vermoed dat het kort voor het beleg van Alkmaar (1573) gebouwd is. De 20 kilo zware Spaanse kanonskogel heeft gelukkig niemand verwond. Volgens de legende zijn alleen een stoel, het spinnewiel en de wastobbe vernietigd. De rekening van de herstelkosten is bewaard gebleven.

Als je goed kijkt zie je dat de verdiepingen steeds groter worden. Door het kleinere grondoppervlak hoefde de huiseigenaar vroeger minder belasting te betalen.

3. De Mient en Platte Stenenbrug

We varen langs de Waag, daarover meer verderop in de route [16], door het hart van de stad. De Mient is wat ons betreft het meest iconische en pittoreske grachtje van Alkmaar. ‘Mient’ komt van ‘meent’, ofwel ‘gemeenschappelijk’. Met ‘mient’ werd een stuk gemeenschappelijke weidegrond aangeduid, op de plek waar zo’n beetje het water de Die uit het zuiden en het Zeglis uit het oosten samen kwamen.

Kijk of je het mooie witte huis op de Gewelfde Stenenbrug kunt spotten, Huis de Leeuwenburg. Zie je het stadslogo en de twee leeuwen op de gevel? Valt het je op hoe de leeuwen zitten? De eigenaar krijgt in 1731 ruzie met zijn buurman omdat zijn daklijst 2,5 cm voor de gevel van zijn buurman zou uitsteken. De buurman wordt door de gemeente in het gelijk gesteld en uit woede over hoe hij door de gemeente behandeld is laat de eigenaar twee leeuwen op de bovenlijst met hun achterwerk naar het stadswapen gekeerd plaatsen.

4. De Accijnstoren

Vaar het Verdronkenoord af. In de verte zie je het mooie torentje al liggen. Aan deze gracht is Cornelis Drebbel geboren; de grondlegger van de onderzeeboot. Onze eigen schuit, Cornelis, is naar hem vernoemd. Je kunt hier lezen waarom. Aangekomen bij de het prachtige torentje? Het werd in 1622 gebouwd als kantoortje om belasting te innen op alle artikelen die per schip Alkmaar binnenkwamen. Accijnzen vormden een belangrijke bron van inkomsten voor de stad.

Vroeger werd vanuit de accijnstoren de plek aangewezen waar inkomende schepen mochten aanmeren en waar de producten verhandeld konden worden. Zo mochten turfschepen uit Drenthe naar de Turfmarkt, dat is nu het kleine haventje met de terrasjes. De zandschepen uit Limmen gingen naar het Limmerhoek tegenover de Turfmarkt. En de schelpen voor de oude kalkbranderij werden gelost op de kades van de Schelphoek. Het is bij deze Schelphoek, waar nu dat nieuwe appartementencomplex staat, waar aan het eind van de 16e eeuw het eerste industrieterrein van Alkmaar ontstaat. Hier vestigden zich, toen nog aan de rand van de stad, zoutziederijen [6], houthandels en scheepswerven en diverse pakhuizen.

5. Boombrug en Hameipoort

Vaar nu een stukje richting het zuiden, het Noordhollandsch kanaal op. Het 80 kilometer lange kanaal, gegraven in de 17e eeuw na de val van Napoleon en in gebruik genomen in 1824, loopt van Amsterdam naar Den Helder. Stel je eens voor; 9000 man met slechts een schop of kruiwagen en wat paarden. Het was extreem zwaar en slecht betaald werk.

Kun je de Boombrug met de markante Hameipoort aan de rechterkant al zien? De brug (1581) en poort (1725) zijn recentelijk gerenoveerd en weer in prachtige staat hersteld. Deze poort diende vroeger als voorpoort voor de niet meer bestaande Boompoort. ‘s Nachts ging de Hameipoort dicht, de ophaalbrug omhoog en de Boompoort dicht, dus een driedubbele beveiliging van de stad. De huidige brug dankt zijn naam aan de drijvende boomstam die ‘s nachts de doorvaart onder de voormalige Hoge Brug naar de Voormeer belemmerde.

6. Zoutziederij De Eendracht

Vaar via Alkmaars ‘nieuwste’ gracht, de Schelphoekgracht richting de Turfmarkthaven. Ter hoogte van het haventje vind je de zoutziederij De Eendracht. De in 1782 gebouwde ziederij markeert de industriële geschiedenis van het stadsdeel de Schelphoek aan de rand van de binnenstad.

De Eendragt werd gebouwd om zeezout, dat uit verdampt zeewater in putten bij de zee werd gewonnen, te zeven en te drogen in open ijzeren pannen of ketels. Zout is en was een belangrijk huishoudelijk middel en essentieel voor het conserveren en vervoeren van vis. De zoutziederij werd bevoorraad met zeewater uit de Noordzee. Het zeewater werd door waterschepen vanuit het nabij gelegen Petten naar Alkmaar verscheept. In dit water werd het ruwe zout opgelost, waarna het dagenlang en onder voortdurend roeren gekookt en vervolgens gedroogd werd.

7. De Stadstimmerwerf

Je vaart onder de Korte Vondelstraat door en vrijwel direct, aan je rechterhand, zie je de oude stadstimmerwerf. In dit gebouw werd het mariaal opgeslagen voor de stadswerken en waar de stadstimmerman woonde en werkte. De Alkmaarse werf stamt uit ongeveer 1600. Een bekend fabricaat van deze timmerfabriek is bijvoorbeeld de preekstoel van de Kapelkerk.

8. Wildemanshofje

Een klein stukje verder zie je aan de linkerkant het Wildemanshofje. Het in 1717 gebouwde hofje bood aanvankelijk plaats aan 24 bejaarde vrouwen van verschillende geloofsrichtingen. Het is het grootste hofje in de binnenstad van Alkmaar. Het beste kun je je bootje hier even aanleggen om de tuin, poort en beelden te bekijken.

Boven de ingang van het poortgebouw zie je bijvoorbeeld een reusachtig beeld van een wildeman, symbool voor de oprichter, met een vervaarlijke blik en een knots. Naast de wildeman, zie je twee oude dames die de doelgroep van de woningen verbeelden; links de ouderdom en rechts de armoede. Op de binnenplaats vind je een symmetrisch aangelegde tuin met met rondom bijna 300 jaar oude leilinden.

9. Oudegracht 239-241

Vaar verder over de Oudegracht tot je bij nummer 239 bent, vlak na de Ridderstraatbrug. De opdrachtgever van de bouw van het pand op nummer 241 is een uit Alkmaar afkomstige gezagvoerder bij de admiraliteit West-Friesland (de marine van toen). Zie je dat de zeilschepen tegen de wind in varen? Dit houdt in dat de gezagvoerder met pensioen is gegaan.

De pandjes met deze twee prachtige geveltjes stammen uit 1623 zoals te lezen is op de gevelsteen van nummer 239. Links en rechts van deze jaarsteen vind je twee leeuwenmaskers uitgehouwen. De leeuw heeft een wakende functie. Het pand op nummer 241 heeft in de gevel twee kanonslopen zitten die op de gracht zijn gericht. Hierboven sieren twee uit natuursteen gehouwen zeilschepen. In het midden van de gevel zit een rijkversierde gevelsteen met een familiewapen en daarboven een helm met helmkleed.

10. Oudegracht 180-182

Op naar de volgende stop. Ver hoef je niet te varen, zoek de drie gekoppelde trapgevels aan de overkant van de straat. Het pand is een voormalige school. De panden werden in 1817 aangekocht door Alkmaar om er de Franse jongejuffrouwschool te stichtten.

Zie je ook het kleine toegangspoortje naar de oude school? Aan de linkerkant van het pand? Uit archiefonderzoek blijkt dat dit niet altijd een poortje is geweest, maar een heel klein huisje. Dit 230 centimeter brede huisje is waarschijnlijk het op één na smalste huisje van Alkmaar geweest.

11. Hofje van Splinter

We varen door naar het tweede hofje in deze vaarroute, naar het hofje van Splinter. Het beste kun je even aanmeren, dan kun je even binnengluren. In de mooie tuin verstomd het geluid van de stad en waan je je in de 17de eeuw. Zoals de gevelsteen al laat zien, is dit hofje gesticht in 1646. De acht woningen worden nog altijd door oudere alleengaande dames bewoond.

12. de Lamoraalsluis

Vaar langs het drijfend terras en maak de scherpe bocht naar links. Voor je ligt nu de Lamoraalsluis. Nou ja, in 1780 noemde ze het gewelfde tunneltje nog: “d’Steene pijp onder de vesten aan het eijnde van De Heul” haha. Normaal kon je per schuit zo de Hoevervaart afvaren maar toen in 1573 de vestingwal ter verdediging tegen de Spanjaarden werd aangelegd werd daarmee ook de verbinding naar Egmond verbroken. In 1574 werd de doorvaart hersteld door in de vestingwal een opening maken. De welfbrug is vernoemd naar Lamoraal van Gavere, beter bekend als beroemd staatsman Graaf van Egmont.


Gebruikte bronnen:

Meer Varen-in-Alkmaar artikelen:

Varen-in-Alkmaar is een lokaal initiatief om inwoners en haar gasten te laten genieten van de mooie oude stad, én het omliggende boerenland en polderlandschap. Samen met het leuke Alkmaarse eettentje Kowalski, verzorgen we vaartochten mét eten —op een oude geklonken tuindersschuit— in en rondom het mooie Alkmaar.