Het verhaal achter tuindersvlet ‘Cornelis’.

Samen met twee vrienden kocht ik aan het einde van de zomer van 2015 een, toen nog naamloze, oude ‘streker tuindersvlet’. We wonen alledrie in Alkmaar, een stad die bekend staat om z’n mooie historische binnenstad met vele grachten. Het idee achter de aankoop van de, eigenlijk iets te ruime, vlet was dat we elkaar wat meer zouden zien. Op een mooie zomerdag lekker met al onze vrienden dobberen door de grachten, een paar koude biertjes mee en de barbecue aan. Elkaar meer zien dus. Nou dat hebben we geweten.

Begin september hebben Frank en ik de boot van Medemblik naar Alkmaar gevaren. Toch een tocht van zo’n zeven uur. Ik weet nog dat we bang waren voor het weer maar het bleek een ontzettend mooie herfstdag te worden. Pierre van Krop Sla, mijn favoriete groenteboer, had zelfs op speciaal verzoek een pan snert gemaakt, de eerste van het jaar. Het was een rare combinatie, die kop snert en de warme zon. Onderweg hebben we van alles gezien. Varen in Noord-Holland is prachtig. Vanuit de brede vaarten kijk je zo uit over het lager gelegen weidse graslandschap. Na vijf sluizen en tientallen kilometers sloot, ringvaart en kanaal, kwamen we aan in de grachten van z’n nieuwe thuishaven, de stad Alkmaar.

Klussen

Vooraf was al duidelijk dat we best wat klusjes hadden om de boot naar onze zin te maken. Wat schilderwerk, de vlonders vervangen en ook wat plaatwerk had wat aandacht nodig. Maar dat zouden we later wel een keer doen, als we hem op het droge hadden. Eerst hebben we lekker genoten van het varen. Al snel kwam Sinterklaas aan in Alkmaar. Met ongeveer 25 vrienden in de boot, waaronder natuurlijk veel kinderen, trokken we een stukje op met ‘de stoomboot’ die via het Noord-Hollands kanaal richting de binnenstad voer. Samen met vele andere bootjes meerden we in het centrum van de stad aan om daar naar een show van de pieten te kijken. Het voordek van onze schuit vol (nep)pakjes, warme chocolade en emmers vol snoepgoed, de pret kon niet op.

Gezonken

Niet lang daarna vertrok ik naar Japan. Ik had weer eens een goedkoop vliegticket gescoord en vloog voor 300 piek naar Tokyo voor een korte vakantie. Ik had al een paar keer in Tokyo gewerkt maar nooit echt de tijd gehad om iets van het land te zien. Toen ik na de vakantie weer thuis kwam hadden m’n vrienden een fijne mededeling voor me: “de boot is gezonken!” Dat durfden ze natuurlijk niet te vertellen tijdens mijn vakantie (haha). Kennelijk had de gemeente de gezonken vlet ook direct in de smiezen en liet er geen gras over groeien. De mensen van mensen van Stadswerk hebben de boot direct uit de gracht gevist met als gevolg een paar flinke gaten in de romp van de grijper.

Het herstel

Nadat we de ‘verwijderingsbijdrage’ hadden betaald, hebben we de koolvlet naar een nabij gelegen werf laten vervoeren. Via via hebben we contact gezocht met de stichting Langedijk Waterrijk. Eén van de doelstellingen van deze stichting is het behoud van het Varend erfgoed. Een lid van de schouwcommissie vertelde ons dat Wim Potveer uit Avenhorn ons wel kon helpen om de schade te herstellen. Wim heeft een kleine historische werf en maakt, net als zijn vader en opa, koolvletten. We zochten contact met Wim en hadden direct een klik. We wilden graag dat de boot origineel bleef, en net als wij vond Wim dat we de bolkop klinknagels intact moesten laten. Onze streker is voor een groot deel met bolkop klinknagels gebouwd. Mogelijk is hij al bijna 90 jaar oud.

Voordat de boot naar Wim ging, zijn we op de werf in Alkmaar begonnen met het verwijderen van de oude teerlagen. We hadden besloten de boot maar helemaal kaal te maken en na het oplapwerk te voorzien van een moderne verflaag met het uiterlijk van teer. Het verwijderen van de oude teer was echt een enorme vieze klus. Dat nooit meer. Toen de boot vrijwel vrij was van teer, en de eerste rotte stukken uit de romp geslepen waren, heeft Wim de vlet naar zijn werkplaat in Avenhorn getransporteerd. Het is echt een te gekke werkplaats met alle denkbare machines die je maar nodig hebt.

De boot ‘oplappen’ werd helaas ‘restaureren’ en alles kostte veel meer tijd dan gedacht. Maar ja, je weet natuurlijk ook helemaal niet goed waar je aan begint. We hadden ook kunnen kiezen voor lassen in plaats van alles weer netjes met klinknagels vast te zetten. Maar die nagels máken juist de boot, het ziet er zo mooi uit. De RVS kikkers die eerder op de boot zaten mochten er van Wim ook niet meer op, zo grapte hij. En hij had natuurlijk gelijk. In plaats daarvan smeedde Wim vier nieuwe exemplaren in zijn eigen smederij. Al met al zijn we weken met het herstel van de romp bezig geweest waarbij we samen met Wim allerlei verbeteringen en verfraaiingen doorvoerden.

Tot slot hebben we de schuit voorzien van misschien wel 10 lagen verf. Zwart aan de buitenkant, want een andere kleur kan natuurlijk niet en een lichtgrijze bilge. Uiteraard heeft de boot, zoals in de streek gebruikelijk is, een rode stootrand. Het logo van de stad Alkmaar, een burcht verwijzend naar Het beleg van Alkmaar, prijkt op het motorhuis. De naam konden we natuurlijk onmogelijk met stickers op de boot plakken en dus werd die met een penceeltje op de romp geschilderd.

Cornelis

En oh ja, die naam! De boot was immers naamloos toen we hem kochten. We hebben besloten de boot met een knipoog te vernoemen naar een bekende Alkmaarder, zijn naam is Cornelis Jacobszoon Drebbel. Drebbel werd geboren in Alkmaar en bouwde in 1620 de eerste onderzeeboot waarmee hij zelfs op de Londense Theems een eind onder water voer. Gelukkig drijft onze ‘Alkmaarse duikboot’ weer en is ‘ie mooier dan ooit.

Lijkt het je leuk om in Alkmaar te varen en Cornelis voor een dagdeel te huren, kijk dan even op deze pagina.

Meer Varen-in-Alkmaar artikelen:

Varen-in-Alkmaar is een lokaal initiatief om inwoners en haar gasten te laten genieten van de mooie oude stad, én het omliggende boerenland en polderlandschap. Samen met het leuke Alkmaarse eettentje Kowalski, verzorgen we vaartochten mét eten —op een oude geklonken tuindersschuit— in en rondom het mooie Alkmaar.