De eerste reis; we varen van Enkhuizen naar Alkmaar.

Okee, we hebben dus een koolvlet gekocht. Nou ja, eigenlijk ook weer niet. Tuindersvlet, koolvlet, polderschuit, veldschuit, akkerschuit… Het is een ‘streker’ geworden, een streker tuindersvlet. Een schuit vernoemd naar de ‘streek’ tussen Hoorn en Enkhuizen. Ten opzichte van het vaargebied rond Langedijk, waar de meeste koolvletten zijn oorsprong vonden, is daar meer open vaarwater waardoor er meer onder zeil gevaren werd. Scheepjes zoals de onze hebben wat ze noemen een wat ‘vollere kop’, die slaat wat beter door de golven. Maar daarover later meer.

Onze oude tuindersvlet is nog wel een beetje een project, maar dat weten we, en daar was de prijs ook naar. De boot ligt nog in Enkhuizen en vandaag varen Frank en ik hem naar Alkmaar. Jef zet ons in de ochtend af en we lijken mazzel te hebben, het beloofd een mooie nazomerse dag te worden. Het is 7 uur ‘s ochtends ergens midden september, en de ochtenden worden al frisser. De inmiddels oud-eigenaar geeft ons de sleutels en helpt ons op weg met de laatste tips en het eerste, onverwacht mooie, stukje van de route.

Frank en ik laden het proviand in, wat gereedschap en nog wat warme kleding. De route is ongeveer 60 kilometer. Dwars door het Noord-Hollandse polderlandschap. Veel open stukken dus, waar de wind vrij spel heeft. Over die 60 kilometer zullen we snel een uur of negen doen, harder dan een kilometer of acht per uur zullen we gemiddeld niet halen. De acht-en-een-halve meter lange stalen schuit wordt aangedreven door een oud twee-cilinder dieseltje van ongeveer 20 pk.

We starten de bijna antieke motor en nemen afscheid van Jef. Met een rustig vaartje —dan is het geluid van de marine diesel nog best aangenaam— varen we eerst naar het noorden. Naar het noorden ja. Om in Alkmaar te komen kun je helaas niet gewoon naar het westen varen. Het eerste stuk is meteen prachtig. We varen langs oude verdedigingswerken, kronkelende vaarten en stukken met heel veel bos. Soms zo dik en dicht dat ik aan een regenwoud moet denken. Hier moeten we nog een keer naar terug!

Het uitzicht is precies wat ik ervan gedacht heb. Na diverse weekendjes zeilen met een skûtsje in Friesland heb je in Noord-Holland hetzelfde mooie uitzicht vanaf de vaarten en kanalen. De vaarten liggen hoger dan de polders aan een of beide zijden, waardoor je als het ware boven het landschap vaart. Je kijkt neer op de mooie West-Friese stolpboerderijen en de grazende koeien.

Onze eerste stop is Zwaagdijk, halverwege de route tussen Enkhuizen en Medemblik. We stoppen voor het handbediende schutsluisje ‘het Arkje’. Even goed kijken hoe het werkt maar al te moeilijk lijkt het me niet. Ik spring eruit om de voorste deuren met de boom te openen zodat Frank de tuindersvlet naar binnen kan varen. Deuren weer dicht, knop indrukken en het water stroomt de sluis in. Als het peil gelijk is, open ik de andere set deuren en varen we verder. Op naar de volgende sluis in Medemblik.

Al van ver kunnen we de enorme schoorsteen van het voormalige stoomgemaal ‘Vier Noorder Koggen’ aan het IJsselmeer zien. Om een uur of 12 varen we er langs om vervolgens een stukje door de stadshaven van Medemblik richting de Overlekersluis te varen. Via die sluis zakken we de Wieringmeer in. Best indrukwekkend voor het eerst met de schuit in zo’n formaat sluis. Nou ja, het is niet de eerste keer dat ik dit doe en we dalen, dat is kalmer dan stijgen. En dalen doen we, eerst 3,5 meter naar beneden en straks, dichter bij huis, uiteindelijk weer een meter of vijf omhoog.

In de West-Friesevaart bij Middenmeer is het lunchtijd. Ik heb Pierre van Krop Sla over kunnen halen om de eerste snert van het seizoen te maken. Het is zo warm dat we beiden inmiddels onze korte broek hebben aangetrokken. Ik maak de soep warm op een gasbrandertje terwijl Frank verder vaart. Het levert nog een mooie foto op. Eerst struikel ik en laat ik wat erwtensoep in de boot vallen. Ik maak er een foto van. Niet veel later, als ik het roer weer heb over genomen, inspecteert Frank een gaatje aan de romp. Hij hangt over de reling en ik maak weer een foto. De twee losse foto’s gebruik ik om Jef via Whatsapp te overtuigen dat Frank halverwege zeeziek is geworden.

We hebben de vaart er flink in en via het kleine Kolhorn varen we richting Noord-Scharwoude. Uiteindelijk hebben we vijf of zes keer moeten schutten voordat we aan het begin van de avond in Alkmaar aankomen. De nieuwe ligplaats van onze, nog naamloze schuit. Jef voegt zich bij ons en samen met zijn vrouw en kinderen maken we een eerste rondje over de grachten in de binnenstad. Natuurlijk stoppen we voor de kinderen even bij de ijstent op de Mient. Een mijlpaal, ons eerste ijsje op de boot. Wat een mooie dag was het.

De tuindersvlet is inmiddels volledig en in oude glorie gerestaureerd. Ook een keer meevaren? Varen-in-Alkmaar is een lokaal initiatief om inwoners en haar gasten te laten genieten van de mooie oude stad én het omliggende boerenland en polderlandschap. Samen met het leuke Alkmaarse eettentje Kowalski, verzorgen we vaartochten mét eten op onze oude geklonken tuindersschuit. Klik hier voor meer informatie.

Meer Varen-in-Alkmaar artikelen:

Varen-in-Alkmaar is een lokaal initiatief om inwoners en haar gasten te laten genieten van de mooie oude stad, én het omliggende boerenland en polderlandschap. Samen met het leuke Alkmaarse eettentje Kowalski, verzorgen we vaartochten mét eten —op een oude geklonken tuindersschuit— in en rondom het mooie Alkmaar.